Alles over Alblasserdam...

Column

In de zomer van 1986 was er geen verse rode kool te koop in Alblasserdam (zaterdag 30 april 2016)

Afbeelding bij Column: In de zomer van 1986 was er geen verse rode kool te koop in Alblasserdam

Het was april 1986, dertig jaar geleden en het leek een zomer te gaan worden net als alle voorgaande, niet te heet, niet te koud, met uitschieters in temperatuur zowel naar boven als naar beneden. Maar dat zou anders worden. Het zou de zomer zonder verse rode kool worden……..

De april maand was op zondag de 6e op sportgebied nog al goed begonnen, want  Adrie van der Poel won de wielerklassieker de Ronde van Vlaanderen. Voor de hockeyers was het niet zo’n goede maand, want op 11 april eindigt in het verre Karachi de Nederlandse hockeyploeg als zesde en laatste bij het toernooi om de Champions Trophy.

Op het wereldtoneel leek er ook al weinig te veranderen, want op 15 april voerden Amerikaanse bommenwerpers een aanval uit op de Libische hoofdstad Tripoli als vergelding voor beweerde Libische steun aan terroristische bewegingen in en buiten het Midden-Oosten.

De 17e april was wel een heel heugelijke voor alle Alblasserdammers, en de Nederlanders in het bijzonder, want er kwam eindelijk een einde aan de driehonderdvijfendertigjarige Oorlog tussen de Scilly-eilanden en Nederland.

De 18e april was een heugelijke op het Wereldtoneel, want de Russische partijleider Michail Gorbatsjov stelde het Westen voor om de conventionele wapens en strijdkrachten in Europa, "van de Atlantische Oceaan tot de Oeral", te gaan beperken.

De volgende gebeurtenis van deze aprilmaand herinnert u zich misschien nog wel het beste, want u stond vast, net als ik met een donker brilletje naar de maan te staren, want  op 24 april, in de middag vond er, onder andere in Nederland en België, een totale maansverduistering plaats.

Maar deze maand april herinneren we ons in Alblasserdam en geheel Nederland het beste door de volgende wereldschokkende gebeurtenis: Op 26 april ontplofte een van de vier reactors van de kerncentrale van het Oekraïense Tsjernobyl. Meer dan vierduizend mensen komen om het leven bij de reddingsoperatie, en waarschijnlijk miljoenen anderen komen om of dragen de gevolgen van de vrijgekomen straling. De gevolgen voor Nederland en België waren gelukkig gering. Het RIVM werd gevraagd om de stralingsmetingen uit te breiden. Alleen het verbouwen van rodekool was in Nederland gedurende een zekere periode verboden als gevolg van stralingsgevaar.

Maar het leven ging wel gewoon door: Op 26 april won Steven Rooks de 21ste editie van de Amstel Gold Race.

Rodekool, ook rode kool genoemd is een van de belangrijkste zogenaamde sluitkoolgewassen en wordt voornamelijk voor de verse markt geteeld. Het is een van de oudste koolsoorten. In Nederland vindt de teelt vanouds plaats in Noord-Holland, omdat daar minder aantasting door knolvoet optreedt. Ook vindt er teelt plaats in Zuid-Holland, Limburg en Noord-Brabant.

Rodekool is in principe een tweejarig gewas, waarbij in het eerste jaar de kool gevormd wordt en in het tweede jaar de plant gaat bloeien. Bij een koud voorjaar kan de plant bij de aller vroegste teelt echter al gaan doorschieten en bloeien.  Maar kan vaak in de zomer ‘geoogst’ worden vanaf half juni tot half juli. Maar dus niet in 1986, omdat de rode kool teveel  radioactieve straling zou hebben opgenomen. Dus deze zomer was er geen verse rode kool te koop in Alblasserdam, maar ook in de rest van Nederland.

Foto: De Kerncentrale van Tsjernobyl na de explosie.

In de ochtend van 26 april 1986 werd in kernreactor nummer 4 van het complex een test uitgevoerd. Een test was voorzien voor de dagploeg op 25 april, maar moest worden uitgesteld, omdat een andere elektriciteitscentrale uitgevallen was. Daarom moest de avondploeg, zonder voorbereiding, testen of de generator bij uitschakelen van de reactor nog genoeg vermogen gaf om de koelinstallatie te laten werken gedurende de 40 tot 60 seconden die de noodaggregaten nodig hadden om op te starten. Door een verkeerde instelling van het systeem of een bedieningsfout, werd de reactor op een gegeven moment onbedoeld vrijwel volledig stilgelegd. Het warmtevermogen viel terug tot 30 MW, oftewel vijf procent van de 600 MW die nodig was voor de test.

Door de snelle daling van het vermogen ontstond in de reactor een grote hoeveelheid 135I en daaruit 135Xe, dat neutronen absorbeert (een zogeheten neutronengif) en daardoor de kernreactie vertraagt. De operatoren haalden daarop regelstaven omhoog. Nu steeg het vermogen tot 200 MW, nog altijd maar een derde van de 600 MW die nodig was om de geplande test uit te voeren. De test werd toch doorgezet, en op 26 april om 01.05 uur schakelden de operatoren de waterpompen in. Doordat water ook neutronen absorbeert, zakte het vermogen nog verder. De operatoren haalden hierop 20 van de 26 handbediende veiligheidsstaven omhoog.

Om 01.23 uur sloten ze de stoom naar de turbines af. Daar alleen draaiende turbines de pompen konden aandrijven, verminderde nu het waterdebiet en zo ook de absorptie van neutronen door het water. De reactor werd heter en er ontstonden stoombelletjes doordat het water aan de kook raakte. Door deze belletjes nam de absorptie van neutronen verder af, waardoor het vermogen steeg. 135Xe werd nu sneller omgezet naar 136Xe dan het aangemaakt werd uit 135I. Daardoor ging de reactor nog heviger werken. Doordat er nog maar zes van de voorgeschreven 26 veiligheidsstaven uit de reactor over waren, nam het vermogen alsmaar toe. Om 01.23:40 uur drukte een operator op knop AZ-5 voor een snelle noodstop, om alle regelstaven weer in de reactorkern te laten zakken.

Het mechanisme om de staven in te brengen had hiervoor 18 à 20 seconden nodig. Door een verkeerd ontwerp van de regelstaven (met een punt van grafiet) werd eerst het water verdreven voor ze zelf een remmende invloed konden uitoefenen. Hierdoor nam het vermogen in de onderste helft van de kern nog verder toe. Er volgde een explosie, waardoor de veiligheidsstaven klem kwamen te zitten op een derde van hun normale diepte. De kettingreactie werd nu onvoldoende geremd, en het reactorvermogen nam zeer snel toe. Om 01.23 uur bereikte de reactor 30 GW; tien keer zijn normale vermogen van 3 GW. De brandstofstaven smolten, en de druk steeg en veroorzaakte een stoomontploffing, die het 2000 ton zware dak van de reactor wegblies. Door de binnenstromende lucht vlogen de hete moderatorelementen, die van grafiet waren gemaakt, in brand. De grafietbrand voerde een radioactieve rookwolk in de atmosfeer.

Bij de brand en de explosie kwamen 31 mensen om. Meer dan 24 uur later, op 27 april, kwam de evacuatie van de directe omgeving op gang. Na tien dagen waren circa 135.000 mensen geëvacueerd uit een gebied met een straal van 30 km rond de reactor. Ongeveer 3500 inwoners weigerden het gebied te verlaten. De 30-kilometer zone, ook wel "vervreemdingszone" (Oekraïens: Zona Vidtsjoezjennja) genoemd, is sinds 15 augustus 2012 volgens Oleg Bondarenko, lid van de regeringscommisie die over Tsjernobyl gaat, weer bewoonbaar omdat de straling genoeg is gedaald. Wel blijft het bij wet verboden om in het gebied te wonen. Men beschouwt groenten en fruit uit het gebied nog steeds als ongeschikt voor menselijke consumptie vanwege de nog aanwezige radioactieve isotopen.

Verspreiding van radioactiviteit over Europa en andere delen van de wereld. De eerste melding van het ongeluk kwam niet van de sovjetautoriteiten, maar van Zweedse onderzoekers. Zij hadden een een grote wolk met radioactief materiaal opgemerkt, die door de wind richting het noorden en het noordwesten werd gedreven.De meeste neerslag met radioactieve stofdeeltjes kwam vrij gedurende de eerste tien dagen na het ongeluk. Rond 2 mei bereikte de radioactieve wolk Nederland en België.

Deze fall-out van het ongeluk trok over een groot deel van Europa. In Nederland kreeg het RIVM de opdracht om meer metingen te doen dan normaal. Er werd een graasverbod ingesteld om besmetting van melk te voorkomen. Tevens mocht net geoogste bladgroente niet verkocht worden. In België werd eerst geen enkele maatregel genomen, pas de dag erna kwam een advies om groenten extra te wassen en voor boeren om dieren op stal te houden. Weerman Armand Pien mocht in zijn weerbericht niet zeggen hoe hoog de straling van de radioactieve wolk wel was. Het was zelfs zo erg dat de ministers elkaar tegenspraken. In de landen rond Oekraïne waren er mensen die jodiumtabletten innamen, om te voorkomen dat hun schildklier vrijgekomen radioactief jodium op zou nemen.

Volgens de Duitse stralingsbioloog Edmund Lengfelder werden ook in Duitsland grote delen van het land besmet. In 2011 stelde hij dat als gevolg daarvan het wild nog steeds radioactief besmet was, en dat paddenstoelen uit het wild in die streken 25 jaar na de ramp nog steeds niet veilig konden worden gegeten.

Na de explosie in de reactor was de eerste zorg om de brand te blussen, die was ontstaan na de ontbranding van koolstofmonoxide. Er was echter ook radioactief materiaal de omgeving in geworpen. Hierdoor werden de puinruimers (liquidators) aan een enorm hoge stralingsdosis blootgesteld. Dit waren veelal dienstplichtige soldaten, die in veertig seconden een hogere stralingsdosis opliepen dan een gemiddeld persoon in een leven.

Nadat de brand geblust was en de grote brokken radioactief materiaal in de krater waren geworpen werd reactor 4 ingepakt in een betonnen sarcofaag, die in november 1986 klaar was. De overige drie reactoren werden na verloop van tijd weer in bedrijf gesteld. De bouw van reactor 5 en 6 werd in 1989 gestaakt.

De ramp bracht het imago van kernenergie een flinke klap toe.Nadat Oekraïne in 1991 onafhankelijk was geworden, stond de nieuwe regering onder grote internationale druk om de energiecentrale, die 5% van het land van energie voorzag, te sluiten. Na een ontmoeting met de Amerikaanse president Bill Clinton werd besloten de reactoren nog voor het begin van de winter van 2000 te sluiten. Slechts dagen voor de sluiting probeerde het Oekraïense parlement de sluiting nog uit te stellen naar het voorjaar van 2001, maar op vrijdag 15 december 2000 werd de energiecentrale in Tsjernobyl voorgoed gesloten.

Foto: Michael Gorbatsjov, de toenmalige Sowjetleider.

In 1995 vroeg Oekraïne 900 miljoen dollar aan de G7-landen om de Tsjernobyl-installatie permanent stil te kunnen leggen. In 1997 sloten Oekraïne en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling een overeenkomst over de oprichting van een beschermingsfonds voor Tsjernobyl en voor de financiering van een uitvoeringsplan om een blijvend omhulsel voor de centrale te bouwen, een sarcofaag. Pas daarna is men overgegaan tot de sluiting van eenheden 1 en 3.

De sarcofaag uit 1986 werd wegens de hoge stralingsniveaus in grote haast gebouwd en vertoonde al snel scheuren. Daarom werd besloten om een betere sarcofaag over de oude heen te bouwen. De bouw hiervan ging begin maart 2012 van start. Het project gaat circa 1 miljard euro kosten en moet in november 2017 zijn afgerond.

Op 10 april 2015 werd een begin gemaakt met de ontmanteling van de drie centrales nummers 1, 2 en 3. Hiervoor was door de Oekraïense regering een bedrag van omgerekend 28,5 miljoen euro uitgetrokken.

Slachtoffers van Tsjernobyl hoeven in ieder geval niet heel bang te zijn voor erfelijke afwijkingen. Die blijken namelijk zelfs onder de overlevenden van de Amerikaanse kernbommen op Hiroshima en Nagasaki nauwelijks voor te komen. Het aantal kankergevallen kan nog steeds stijgen. De meeste soorten van kanker na bestraling ontstaan 20 tot 25 jaar na blootstelling aan een gevaarlijke stralingsdosis en het is nu dus deze maand 30 jaar geleden dat de ramp plaatsvond..

Een paar maanden na de ontploffing van reactor 4 werd een betonnen sarcofaag om de reactor opgetrokken om verspreiding van het overgebleven radioactieve materiaal te voorkomen. Onder de reactor werd een dikke betonnen plaat gestort, die wegsijpelen van het reactormateriaal naar het grondwater tegengaat. Ondertussen vertoont de haastig gebouwde sarcofaag barsten en lijkt het nodig een nieuw, steviger gebouw neer te zetten. Reactor 4 zal nog eeuwenlang radioactief zijn.

De Erfenis van Tsjernobyl. Tjernobyl haalde zijn energie uit uraniumsplitsing, maar in West-Europese landen kwam opgewolkt radioactief iodium en cesium terecht. Via regenbuien keerde dat na een luchtreis terug op aarde. Vooral de grote hoeveelheid iodium-131 (het getal verwijst naar het aantal deeltjes in de atoomkern) was gevaarlijk. De schildklier neemt makkelijk iodium op; het radioactieve materiaal blijft zo in het lichaam zitten en richt steeds meer schade aan.

Iodium komt makkelijk in de voedselketen terecht, bijvoorbeeld in de verse bladeren van het groeiseizoen waarin de ramp plaatshad. Daarom werd in Nederland afgeraden verse bladgroenten als spinazie en rode kool te eten. Ook melk stond tijdelijk op de zwarte lijst, omdat het besmet was doordat koeien via vers gras radioactief iodium binnenkregen. “Die maatregelen, geïmproviseerd als ze waren, hebben driekwart van de mogelijke besmetting voorkomen, stelt het RIVM in een publicatie uit 2006. Met radioactief iodium besmette spinazie werd in heel Nederland geruimd, dus ook in Alblasserdam.

Nederland was in 2006, zo’n 20 jaar na de ramp, dus nog steeds een beetje radioactief. Elk radioactief element heeft een halfwaardetijd, de periode waarna de helft van de instabiele atomen uit elkaar is gevallen in splijtingsproducten. Voor iodium-131 is dat 8 dagen, maar de cesium-varianten met 134 en 137 kerndeeltjes doen er 4 en 30 jaar over. Meer dan de helft van het afgezette cesium-137 was dus in 2006 nog aanwezig, maar moet inmiddels voor een groot gedeelte verdwenen zijn..

Het radioactieve cesium-137 is inmiddels niet meer gevaarlijk voor de volkgezondheid: het is ondergronds ingekapseld in plantenwortels en de aarde daartussen. Drie millimeter grond is al genoeg om de straling van cesium-137 te stoppen . We hoeven dus niet bang te zijn voor onze bodem.

Nederlanders lopen door het overgebleven radioctief materiaal van Tsjernobyl jaarlijks evenveel straling op als door een vliegreis op en neer naar Australië. Ze worden deels beschermd door hun levensstijl: Lapland ontving bijvoorbeeld een soortgelijke concentratie radioactief materiaal als Nederland, maar de Lappen leven veel meer dan Nederlanders van de opbrengst van het land. Via paddestoelen, bessen, maar ook door het eten van wild als rendieren, die cesium-137 binnenkrijgen via mos, krijgen ze een veel grotere dosis binnen dan wij met ons gecontroleerde eten uit een potje. Als Nederland al eens te maken krijgt met de uitstoot van Tsjernobyl, is dat via import, zoals van paddestoelen uit nog radioactieve gebieden in Bulgarije of de Oekraïne.

Wat voor impact had de Tsjernobyl-ramp? Aangezien van het feit dat al een kwart tot een derde van de Europeanen normaal gesproken aan kanker overlijdt, zouden zelfs de honderdduizend tot een miljoen extra kankergevallen niet terug te vinden zijn in de statistiek. Een betrouwbaar dodental voor de ramp lijkt daarom onbereikbaar.

Zoekend naar materiaal voor deze column kwam ik weinig tegen over de schade in Alblasserdam na de Ramp in Tsjernobyl. Wel kwam ik het volgende verhaal tegen op de website van de Volkskrant, over de Alblasserdamse huisarts Nico van Wermeskerken uit 1997. Elf jaar na de ramp in Tsjernobyl.

Foto: Steven Rooks, de winnaar van de Amstel Gold Race in het jaar van de ramp.

Het verhaal heeft de titel: De hulpeloze kinderen van Tsjernobyl, en is geschreven door Jacques de Jong. Het heeft als ondertitel: Elf jaar na het ongeluk in Tsjernobyl leven nog tussen de 4,8 en 6,8 miljoen Russen in radioactief besmette gebieden....

Nico van Wermeskerken, huisarts in Alblasserdam, ziet dit jaar, 1997 af van zijn jaarlijkse hulptransport naar de kinderen van Tsjernobyl in Kliniek 1 te Minsk, Wit-Rusland. Het zou de vierde keer zijn geworden dat Nico van Wermeskerken zo’n hulptransport zou organiseren.

Maar in 1997 lijken de hindernissen bij de Wit-Russische regering onoverkomelijk. 'De administratieve rompslomp waar we doorheen moeten, is iets te groot voor ons.' Stelt Nico van Wermeskerken.

Zijn frustratie was exemplarisch voor allerlei hulpcomités. De Nederlandse regering gaf grif toe dat het helemaal mis ging met de hulpgoederen. 'Ja', luidt het bondige antwoord van minister Hans van Mierlo van Buitenlandse Zaken op vragen uit de Tweede Kamer of Wit-Rusland dwars ligt. De minister ergert zich ook aan de uitzonderlijk hoge invoerrechten die Wit-Rusland heft op hulpgoederen uit het buitenland. Hij zegt al vaker bij Wit-Rusland erop te hebben aangedrongen daar iets aan te doen. Dat hielp niets, vandaar dat Van Mierlo nu dreigt een Samenwerkingsakkoord van de Europese Unie met Wit-Rusland voorlopig uit de weg te gaan. Maar daar heeft dokter Van Wermeskerken weinig aan.

Om toch een ton aan medicijnen bij de kinderen van Tsjernobyl te krijgen, heeft van Wermeskerken contact gezocht met de stichting Charité. Van die stichting is de 69-jarige coördinator Dick Vermeulen in zeven jaar tijd vijfendertig keer in Wit-Rusland geweest, met dertigtonners vol hulpgoederen, tot ziekenhuisbedden en bloedspoelmachines toe. Ervaring genoeg dus. 'Maar als ik moet betalen, stop ik ermee.' Aldus Vermeulen.

Op 13 augustus zet hij een nieuwe ambulancewagen op een dieplader, bestemd voor een ziekenhuis in Minsk. Hier worden de kinderen verpleegd, die slachtoffer zijn geworden van het ongeluk in de Oekraïense kerncentrale. Ook stuurt hij vijfenhalve ton aan gedragen kleding mee. Mogelijk dat de Wit-Russen 30 procent invoerrechten eisen. 'Maar ze kunnen hoog of laag springen, ik zal alles doen om daar onderuit te komen.'Vermeulen klinkt vastberaden. Hij is een Rotterdammer, via Elspeet in Kampen terecht gekomen. 'Wij willen graag hulp verlenen, maar ook iets erbij vertellen, met de normen en vormen uit de Bijbel als leidraad.'

Ook Van Wermeskerken verklaart zijn hulpvaardigheid vanuit christelijke overtuiging. Elf jaar na het ongeluk in Tsjernobyl zijn de cijfers nog ontstellend. Op 26 april 1986 werden, naar een schatting van de Verenigde Naties, negen miljoen Russen getroffen door de wolk van radio-activiteit uit de doorbrandende kerncentrale in Tsjernobyl, Oekraïne.

Tussen de 4,8 en 6,8 miljoen Russen, inclusief meer dan 2,5 miljoen kinderen, leven in 1997 nog steeds in radioactief besmette gebieden. De kinderen mogen uitdrukkelijk niet de bossen in, niet in de regen lopen, niet in de parken spelen en geen bloemen plukken. Ouders wordt aangeraden met een apparaatje zelf de hoogte van de straling te meten. Die is soms vijftien keer hoger dan wat aanvaardbaar is.

Van de 800 duizend hulpverleners die werden ingeschakeld bij de bestrijding van de ramp waren er tien jaar later 13 duizend gestorven, volgens ingewijden pleegde een vijfde van hen zelfmoord. Zeventigduizend van de mannen die meehielpen, zijn invalide geworden. Een rapport van de Verenigde Naties constateerde tien jaar later dat onder Wit-Russische kinderen allerlei ziekten dramatisch waren toegenomen. De kindersterfte was tweeënhalf keer hoger dan voor 1986.

Een nieuwe ziekte, Chernobyl Aids, werd ontdekt, de afbraak van het immuunsysteem als gevolg van straling. Achthonderdduizend kinderen uit de regio van Tsjernobyl lopen een verhoogde kans op kanker en leukemie, 170 duizend kinderen onder de zeven jaar hebben een hoeveelheid straling over zich heen gekregen die schildklierkanker kan veroorzaken.

De kans dat kinderen in Wit-Rusland van leukemie genezen is één op tien - en acht op tien in het Westen. De meeste kinderen die leven in de radioactief besmette gebieden zullen zich hun jeugd herinneren als een chronische ziekte. Het sterftecijfer bij pasgeborenen, is sinds de ramp het dubbele van de rest van Europa. Miskramen komen anderhalf keer meer voor dan voorheen.

Van Wermeskerken uit Alblasserdam, weet dat de Wit-Russische ziekenhuizen voor het grootste deel - 80 procent, zegt hij - afhankelijk zijn van buitenlandse hulp. Maar die hulp wordt blijkbaar met opzet gehinderd door de KGB, op instructie van de Nationale Veiligheidsraad.

Minister Van Mierlo zegt dat ook onomwonden, in antwoord op de vragen uit de Kamer. Vandaar dat Dick Vermeulen erop toeziet, dat zijn hulp op de bestemde plek komt, in de ziekenhuizen.'Deze keer neem ik alleen kleding mee, want ik weet op het ogenblik niet hoe het gaat met levensmiddelen en medicijnen.' Hij zegt zelf geconstateerd te hebben, dat een lading medicijnen drie maanden lang bij de douane bleef liggen, terwijl een ziekenhuis ze dringend nodig had voor zieke kinderen.

Uit een Wit-Russische krant heeft zijn schoondochter, geboren en getogen in de Oekraïne, een stuk vertaald, waarin alle richtlijnen zijn opgesomd voor de import van 'medisch werkzame middelen als humanitaire hulp'. Punt 9 bijvoorbeeld wekt argwaan: 'Voor de ontvangst van humanitaire hulp wordt een commissie in het leven geroepen. De humanitaire hulp moet binnen vijf dagen door de commissie worden aangenomen.' Bij zo'n regel rijst de vraag wat die commissie er dan mee doet. De rest van de lange lijst met voorwaarden baart Vermeulen zorgen. Het gaat niet zozeer om de eisen op zichzelf, als wel om de lange lijst.

De Wit-Russen eisen alleen al onder punt 5 vermelding van gepatenteerde naam, serienummer, genezingsvorm, werkzame stoffen, naam van de fabrikant, aantal eenheden per container, voorschriften voor het bewaren, houdbaarheidsdatum, uitgebreide verpakkingslijst. In de andere punten worden eisen gesteld inzake de kwaliteit, de verpakking, verdere informatie over de medicamenten, de talrijke documenten die erbij worden gevoegd. Vermeulen: 'Als ik met zo'n lijst bij een fabrikant kom die mogelijk wil helpen, zegt hij meteen ''ga maar naar een ander''.

'Dokter van Wermeskerken uit Alblasserdam ging het in 1997 vooral om de goede bestemming van medicijnen. Hij vaart graag op de ervaring van Vermeulen: 'Als wij elke keer een pakket medicijnen met Charité mee kunnen sturen, dan kunnen wij dat hele ziekenhuis draaiende houden.' Hij hoopt voor mei  1998 een ton aan medicijnen bij elkaar te kunnen sprokkelen. Die wil hij zelf weer naar Minsk brengen.

Maar of dat gelukt is weet ik niet, daar kon ik in deze korte tijd geen gegevens over vinden, Ja, korte tijd, want enkele dagen geleden hoorde ik dat de ramp bij Tsjernobyl 30 jaar geleden gebeurd was, en dat was voor mij de aanleiding om op korte termijn deze column te schrijven, nu ik deze voor het eerst publiceer is het nog steeds ongeveer 30 jaar geleden dat deze ramp plaats vond.

Ik wil trouwens nog wel even kwijt, dat er in die tijd door mij nauwelijks rode kool gegeten is. Ik miste het dus eigelijk helemaal niet. Wat ik wel zonde vond in die tijd, was al die spinazie die doorgedraaid werd, omdat die ook niet meer voor consumptie geschikt was......

Al zoekende en lezend vind ik dit ook wel een mooie plaats om het goede werk van huisarts van Wermeskerken nog eens in de herinnering terug te roepen. Misschien kom ik hier in een volgende column nog wel eens op terug.

Hartelijk dank aan alle makers van de originele foto's en video.
Foto's zijn bewerkt met het programma fotoscetcher.

Bronnen:
Wikipedia
De Volkskrant (Het verhaal over dokter van Wermeskerken door Jacques de Jong).


Hennie van der Zouw

Hennie van der Zouw

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over wielrennen, voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......