Alles over Alblasserdam...

Column

Wat betekende ‘Het octrooi van de Staten van Holland van 24 juni 1598’ voor Alblasserdam? (dinsdag 2 augustus 2016)

Afbeelding bij Column: Wat betekende ‘Het octrooi van de Staten van Holland van 24 juni 1598’ voor Alblasserdam?

Voordat we antwoord op de vraag in de titel gaan geven, gaan we eerst even terug naar een paar honderd jaar eerder. Want zo rond het jaar 1270 valt het huidige grondgebied van de gemeente Alblasserdam uiteen in gedeelten ten noorden en ten zuiden van het riviertje de Alblas en ligt het in zijn geheel buiten de ringdijk. Op het punt waar de Zijdeweg en de Peilmolenweg de Alblas ontmoeten, is in deze tijd, in deze ringdijk, een afdamming met een sluis gemaakt. In het buitendijkse gedeelte heeft inmiddels aan weerszijden van de Alblas bebouwing plaatsgevonden, in wat toen respectievelijk de Polders Blockwere en Vinckepolre genoemd werden.

Om waterstaatkundige redenen werd omstreeks het jaar 1300 besloten deze polders eveneens binnen de ringdijk te leggen en heeft verlegging plaatsgevonden van de afdamming met sluis naar de benedenmond van de rivier de Alblas, nagenoeg op de plaats van de huidige sluis in Alblasserdam.

Deze huidige sluis in de indamming van het riviertje de Alblas is als monument aan te merken. Dit waterbouwkundige kunstwerk heeft echter een ontwikkeling ondergaan waardoor de historische waarde zeer bijzonder is. De aan de oostzijde van de sluis ingemetselde gedenkstenen getuigen hiervan.

Hoe deze sluis in aanleg er heeft uitgezien is niet bekend. Bij "octrooi van de Staten van Holland' van 24 juni 1598 werd het opnemen van gelden toegestaan voor de vernieuwing van de drie sluizen te Alblasserdam. Met die drie sluizen zullen vermoedelijk wel drie naast elkaar gelegen sluis- of spuiopeningen zijn bedoeld. Een inscriptie in steen verhaalt inderdaad van een vernieuwing in 1599. Wanneer de drie openingen teruggebracht zijn tot één, en wanneer de mogelijkheid tot schutting van vaartuigen werd aangebracht is niet bekend. In het begin van de Franse tijd, zo ongeveer in de jaren rond 1800, bestond in ieder geval de sluis met één opening en met een schutkolk. De overwelving was toen reeds aanwezig, maar lager dan thans.

Op 11 mei 1940, de tweede dag van de Tweede Wereldoorlog, werd het centrum van het dorp Alblasserdam door Duitse bommenwerpers gebombardeerd. Daarbij werd de sluis zwaar beschadigd. Onmiddellijk na deze oorlogshandelingen, werd de herbouw aangepakt en onderging ook de sluis een reconstructie. De reconstructie en herbouw vertonen alle elementen van de toen bestaande architectuur opvattingen en leggen daarmee een historisch tijdsbeeld vast, in het oudste gedeelte van Alblasserdam.

Tot zover even een historische verhandeling over de Alblasserdamse Schutsluis, gedeeltelijk gehaald van de website www.watericonen.nl.

Maar laten we nu nog even terug gaan naar ons uitgangspunt. Het jaar 1598. Bij dit 'octrooi van de Staten van Holland' van 24 juni 1598, kreeg het toenmalige Waterschap de Nederwaard dus toestemming om drie bestaande sluizen in Alblasserdam te gaan vernieuwen.

Hoogstwaarschijnlijk heeft het jaar 1598 ook een boost in de welvaart in Alblasserdam te zien gegeven, omdat er gelden vrij gemaakt werden, om de sluis in het riviertje de Alblas an te passen en te verbeteren. Waardoor scheepvaart op een makkelijker manier de Alblas vanaf de Noord op en af kon varen. Dit lijkt me ook beter voor het achterland, wat nu makkelijker te bereiken werd.

Helaas was ons land in die tijd nog in een stevige vrijheidsoorlog met Spanje verwikkeld, of was deze 80-jarige oorlog, zoals hij later na afloop genoemd werd, een godsdienstoorlog? Deze vraag laten we even liggen, want dat is een heel ander verhaal.

1598 leek een heel belangrijk jaar in deze 80-jarige oorlog te kunnen worden, want de Spaanse tiran die deze oorlog ontketend had, Philips II, overleed…….. Laten we daarom eens even naar de invloed van Filips II op het tijdsbeeld van 1598 gaan kijken.

Aan het einde van zijn leven, had de Spaanse Koning Filips II maar weinig van zijn doelen bereikt. Hij had met Spanje op het wereldtoneel de Ottomanen weerstaan, maar geenszins uitgeschakeld; buurland Frankrijk was een katholieke mogendheid gebleven, maar werd geregeerd door de in religieus opzicht notoire opportunist Hendrik IV. Door Filips' interventie in Frankrijk, was hem de kans ontglipt, om definitief af te rekenen met de protestantse opstandelingen in de Nederlanden.

Bij de katholieke Engelse koningin Maria Tudor, zijn tweede vrouw, had hij geen Engelse troonopvolger kunnen verwekken, wat aanzienlijk heeft bijgedragen aan de overwinning van het protestantisme in Engeland; na de ramp met de Spaanse Armada in 1588 begonnen Engeland en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich te ontwikkelen tot wereldwijde maritieme mogendheden, die niet alleen weigerden zich te bekeren, maar bovendien de Spaanse koloniën en scheepvaartroutes bedreigden. Zijn overgebleven Zuidelijke Nederlanden werden door de nieuwe Republiek der Nederlanden geplaagd met een blokkade van de haven van Antwerpen, terwijl Frankrijk, vanuit het zuiden een potentiële dreiging vormde voor deze nog in Spaanse handen zijnde Zuidelijke Nederlanden.

Toch zijn er ook successen van deze Spaanse koning Filips II te melden. De vereniging van de Portugese en de Spaanse troon, waardoor zijn koloniale rijk enorm werd uitgebreid, zou 60 jaar stand houden en het Spaanse koloniale rijk zou nog tot in de 19e eeuw het grootste ter wereld blijven, waardoor het katholicisme in Latijns-Amerika en in de Filipijnen vaste voet aan de grond kreeg en het Spaans een wereldtaal werd en bleef.

Wat hij zelf ongetwijfeld ook als een succes heeft beschouwd, was de afscherming van zijn rijk ten zuiden van de Pyreneeën van het protestantisme en van vroegmoderne intellectuele ontwikkelingen. Dit isolement van Spanje is tot ver in de 20e eeuw merkbaar gebleven.
Filips II werd opgevolgd door zijn 20-jarige zoon Filips III, in wiens bekwaamheid hij geen vertrouwen had. Hij liet hem een dodelijk verarmd Spanje en het immense paleis Escorial nabij Madrid na.

Filips III, geboren in Madrid op 14 april 1578, was van 1598 tot 1621 koning van Spanje, Napels, Sicilië en net als zijn vader Filips II, van Portugal. Hij volgde zijn vader Filips II op na diens overlijden. In de dagelijkse praktijk liet Filips III het regeren over aan Francisco Gómez de Sandoval y Rojaz, de hertog van Lerma, omdat hij meer interesse had in dans, dichtkunst en jacht dan in politiek.

Vrijwel direct na zijn troonsbestijging brak Filips III met de gegroeide praktijk van Spaanse handel met de opstandelingen in de Noordelijke Nederlanden om de oorlog te betalen. Filips III liet alle in Spaanse en Portugese havens aanwezige Hollandse en Zeeuwse schepen met hun lading in beslag nemen en de bemanning gevangennemen. Deze politiek bracht minstens evenveel schade toe aan de Spaanse economie als aan die van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Maar deze tegenslag kon de Noorderlijke Nederlanden dus niet weerhouden om de sluis bij Alblasserdam aan te pakken en te verbeteren.

Wie er jammer genoeg nooit gebruik van deze nieuwe sluis bij Alblasserdam heeft kunnen maken, was Marnix van Sint Aldegonde. Hij overleed namelijk in dat jaar.

Hij heette eigenlijk Filips van Marnix, heer van Sint-Aldegonde, heer van West-Souburg, geboren in Brussel, ergens tussen 7 maart en 20 juli 1540, en overleden te Leidenop op 15 december 1598. Hij was een Zuid-Nederlandse schrijver, diplomaat, geleerde en raadgever van Willem van Oranje.

Marnix was buitenburgemeester van Antwerpen tijdens het beleg en de val van Antwerpen in 1585. Hij is ook bekend als de vermoedelijke auteur van het Wilhelmus, het Nederlandse volkslied. Of hij daadwerkelijk de schrijver is, staat echter allerminst vast. Wellicht is het lied, dat tijdens Oranjes eerste invasie voor het eerst werd gezongen, aan hem toegeschreven omdat hij schrijver was en voor Willem van Oranje werkte in de tijd dat het Wilhelmus is ontstaan.

Marnix stamde uit een geslacht van magistraten uit het dorpje Marnix in de Savoye, die in dienst van Margaretha van Oostenrijk naar de Nederlanden waren gekomen. Hij was de broer van Jan van Marnix, heer van Toulouse. Hijzelf erfde van zijn ouders in 1558 de heerlijkheid Sint-Aldegonde in het graafschap Henegouwen. In 1578 kocht hij in het graafschap Zeeland ook de ambachtsheerlijkheid West-Souburg, samen met de resten van het bijhorende kasteel.

Souburg, dat klinkt weer Alblasserdammerig. Maar ons Souburg heeft niets met Marnix van Sint Aldegonde te maken. Helaas, want daar had dan wel een prachtig verhaal in gezeten……. In die tijd was er hier wel een polder met de naam Souburg, en natuurlijk Kasteel Souburg, waar gravin Jacoba van Beieren nog een poosje gewoond heeft, maar ook dat is een ander verhaal.

Laten we weer even terugkeren naar 1598 en naar de Alblasserdamse schutsluis. Helaas kunnen we niet meer nazoeken hoeveel jonge Alblasserdammers er in die tijd door de schutsluis de Noord op gevaren zijn, en hun heil in Rotterdam hebben gezocht. Want in Rotterdam gebeurden in en rond 1598 hele interessante dingen voor jongens met pit. En dat er in die tijd jongens met pit uit Alblasserdam kwamen, daar gaan we maar van uit.

Deze jongens met pit vonden misschien wel een plek op het schip De Liefde, wat op 27 juni uit de haven van Rotterdam vertrok. De Liefde ging samen met De Hoop, de Blijde Boodschap, de Geloof en de Trouw op een reis, die het schip helemaal naar Japan zou brengen.

De Liefde was een Nederlands galjoen dat op 19 april 1600 als eerste Nederlands schip Japan bereikte. Het schip was onderdeel van een vloot van de Magelhaense Compagnie, die via de Straat Magellaan Oostindië wilde bereiken. Het heette eerder de Erasmus. Het schip bleef na de naamsverandering vaak zo genoemd worden. Het schip was 330 tot 340 ton zwaar.

Twee Vlaamse kooplieden in Rotterdam, Pieter van der Hagen en Johan van der Veeken, hadden het initiatief genomen tot een ‘schipvaart’ naar de Oost via de Straat van Magalhäes. Op 27 juni 1598 vertrokken de vier galjoenen De Liefde, De Hoop, Het Geloof, De Trouw en het jacht De Blijde Boodschap met Japan als einddoel. Het was de eerste verre zeereis vanuit Rotterdam. Op De Liefde, dat onder bevel van vice-admiraal Simon de Cordes stond, bevonden zich 110 bemanningsleden. Volgens Portugese bronnen waren er aan boord 18 kanonnen, 500 musketten, 5000 ijzeren kogels, 350 vuurpijlen en 250 kilo buskruit aanwezig. Verder was er een naaldkompas aanwezig van Petrus Plancius.

Slechts De Liefde, met uiteindelijk Jacob Quackernaeck als kapitein, en De Hoop staken van wat nu Chili is over naar Japan. De Hoop verging onderweg in een storm.

Op 19 april 1600 kwam De Liefde aan op het eilandje Kuroshima dat in de baai van Usuki ligt. Wellicht het nu bekendste lid van de bemanning is stuurman William Adams, die - zover bekend - als eerste Engelsman Japan bereikte en er de rest van zijn leven bleef wonen.

In een bewaard gebleven brief uit 1605 schrijft hij, dat er op de dag van aankomst nog vierentwintig bemanningsleden in leven waren, waarvan er een dag eerder nog vijf in staat waren om te wandelen. Drie bemanningsleden stierven een dag na aankomst, de rest herstelde op drie na die lange tijd ziek bleven en uiteindelijk stierven. De inventaris werd direct na aankomst op Kuroshima door de Japanners in beslag genomen.

Ook de koopman Jan Joosten van Lodensteyn vestigde zich voorgoed in Japan, waar hij een belangrijke rol ging spelen in de handelsrelaties met Holland.

In 1605 schonken de Japanners de Hollanders een jonk, waarmee Quackernaeck en Melchior van Santvoort richting Holland voeren. De bemanning kreeg een brief mee waarin Holland uitgenodigd werd een handelspost in Japan op te richten. Dat gebeurde uiteindelijk in 1609 door de Vereenigde Oostindische Compagnie op het eiland Hirado. Quackernaeck overleed in de omgeving van het schiereiland Malakka en Van Santvoort bereikte nooit Holland en keerde terug naar Japan.

En als je de vloot rondom de Liefde gemist had, dan had je altijd nog kans om aan te kunnen monsteren bij Olivier van Noort. Op 13 september van het jaar 1598 gebeurde er namelijk het volgende: Olivier van Noort vertrekt uit de haven van Rotterdam met zijn schepen. Hij zal de eerste Nederlander worden die een reis rond de wereld maakt.

Olivier van Noort, geboren in Utrecht  ca. 1558, en overleden in Schoonhoven op 22 februari 1627, was een Nederlandse ontdekkingsreiziger, die als eerste Nederlander rond de wereld voer.

De reis van Olivier van Noort werd ondernomen in het vroege begin van de Hollandse zeereizen naar Indië. Routes naar Indië waren al ontdekt door de Portugezen en Spanjaarden. Maar omdat Holland en Spanje in staat van oorlog waren, en Portugal in 1580 door Spanje was geannexeerd en daarmee automatisch ook een vijand van de Nederlandse republiek was geworden, werden pogingen gedaan om eigen routes naar Indië te vinden. De noordelijke ontdekkingsreizen van Willem Barentsz en Henry Hudson waren daarvan voorbeelden. De vloot van Jacques Mahu was een paar maanden voor de reis van Van Noort erop uitgestuurd om de route rond Zuid-Amerika te verkennen en ook de vloot van Van Noort had die opdracht.

Op 13 september 1598 begonnen de schepen Mauritius, Frederik Hendrik en de jachten Eendracht en Hoop vanuit Rotterdam aan hun reis. De 'Magelhaensche Compagnie', zoals de onderneming van Van Noort wel werd genoemd, vertrok met 250 bemanningsleden. Tot de uittreding was Olivier van Noort uitbater geweest van de Rotterdamse Herberg 'de dubbele Witte Sleutels' aan het marktveld.

Vrijwel direct na de aanvang van de reis, ontstond door het hautaine gedrag van viceadmiraal Jacob Klaasz van Ilpendam onrust onder de bemanning, waardoor zeven mannen met twee sloepen deserteerden.

De vloot volgde de westkust van Afrika en bereikte in december het eiland Principe ten westen van Gabon. Na enige schermutselingen met de Portugezen en na vers water te hebben ingenomen, vervolgden ze de tocht en staken de Atlantische Oceaan over. Op 9 maart 1599 bereikten ze Rio de Janeiro waar ze opnieuw in gevecht raakten met Portugezen. In een zware storm werden ze in noordoostelijke richting teruggeslagen en landden ze uiteindelijk op Trindade, een kale rots in de Atlantische Oceaan waar ze alleen wat meeuwen konden vangen.

Juni 1599 deden ze het eiland St. Clara voor de Braziliaanse kust aan, waar het jacht de Eendracht in brand werd gestoken, omdat dit niet meer zeewaardig was. Op het eiland vond men voldoende fruit om de bemanning van de heersende scheurbuik te verlossen.

Na een reis met slecht weer bereikten ze op 20 september Porto Desire. Daar herdoopten ze de Hoop in Eendracht, de naam van het schip dat op St. Clara verlaten was. Ze verbleven hier ruim een maand om te verversen, maar ze verloren er ook drie bemanningsleden in gevechten met de inboorlingen. Op 4 november bereikte de vloot onder slechte weersomstandigheden Straat Magellaan. Na enkele pogingen lukte het de zeestraat in te zeilen. Ze ontmoetten er Sebald de Weert met het schip Geloof uit de vloot van admiraal Jacques Mahu. Sebald de Weert was door gebrek aan manschappen en het slechte weer het contact met de vloot kwijtgeraakt en verbleef al vijf maanden in de Straat Magellaan. Een poging om zich aan te sluiten bij schepen van Olivier van Noort mislukte en hij zeilde uiteindelijk terug naar Holland.

Jakob Klaasz. van Ilpendam werd op 17 januari 1600 in de Straat Magellaan schuldig bevonden aan insubordinatie en achtergelaten. Wat er van hem geworden is, is onbekend.

Onder slechte weers omstandigheden doorkruiste de vloot de Straat Magellaan en pas eind februari bereikten de boten de Stille Oceaan. Van de oorspronkelijke 248-koppige bemanning waren er nu nog 147 over. Hier verloor Olivier van Noort het contact met de Frederik Hendrik. Tot 12 maart wachtten de Mauritius en de Eendracht tevergeefs op het schip, maar zeilden daarna noordwaarts naar het eiland Mocha voor de kust van Chili, waar ze foerageerden. De Frederik Hendrik zou op eigen kracht de Stille Oceaan oversteken en uiteindelijk in februari 1601 stranden op de kust van Ternate.

Van Mocha zeilden de Mauritius en Eendracht verder naar het noorden, op verscheidene plaatsen in gevecht rakende met Spaanse schepen. In april 1600 bereikten de twee schepen Lima. Daarna zetten ze koers naar het westen en kwamen in september bij de Marianen-archipel aan (destijds de Ladrones geheten), om vervolgens koers te zetten naar de Filipijnen. Op weg naar de Straat van Manilla geraakten ze in een zo hevige storm dat masten en zeilen verloren gingen.

Daar aangekomen op 16 november blokkeerden de schepen de Manillabaai in de hoop een arriverend Manillagaljoen of handelsschip uit China te veroveren. De Spanjaarden in de Filipijnen brachten in allerijl twee schepen in gereedheid om slag te leveren met de Hollanders. Op 14 december voeren de twee schepen onder leiding van Antonio de Morga naar de schepen van Van Noort en vielen aan. Hierbij ging de Eendracht verloren aan de Spanjaarden. Op het enig overgebleven schip, de Mauritius, zette men met nog maar 35 man koers naar Borneo.

Na een verblijf van 10 dagen verlieten ze Borneo en koersten naar Bantam.

Op 29 januari 1601 bereikten ze Djaratan op Java. 6 dagen later vertrokken ze weer, op weg naar Kaap de Goede Hoop. Op 3 mei rondden ze de Kaap en zetten koers naar St. Helena, waar ze verversten.

Uiteindelijk keerde Olivier van Noort op 26 augustus 1601 na een reis van bijna drie jaar terug in Rotterdam. In hetzelfde jaar verscheen zijn reisverslag: 'Beschrijvinghe vande voyagie om de geheelen wereldt Cloot ghedaen door Olivier van Noort.'

Wat heeft Olivier van Noort met de Alblasserdamse sluis te maken, zult u zich misschen afvragen? Welnu, niets. Maar ik vond het wel leuk om zijn verhaal te vertellen, mede omdat hij misschien wel naar de rivier de Noord, die tenslotte langs Alblasserdam stroomt vernoemd is….., wie zal het zeggen.

Van ongeveer 1620 tot 1626 was hij garnizoenscommandant in Schoonhoven. In 1627 overleed hij en werd begraven in de Grote of Bartholomeuskerk in Schoonhoven. En, in de zes jaar dat Olivier van Noord garnizoenscommandant van Schoonhoven was, is hij misschien wel meerdere keren in Alblasserdam geweest.

Zo, en nu hebben we volgens mij een aardig tijdsbeeld geschetst van de jaren rondom 1598, het jaar waarin de schutsluis van Alblasserdam zijn verandering onderging. En die Alblasserdamse jongens, die misschien met De Liefde of met de schepen van Olivier van Noort meegevaren zijn, tja, die zouden zomaar voor allerlei nageslacht over heel de wereld hebben kunnen zorgen. Misschien heeft u dus als rasechte Alblasserdammer, wel een heleboel onbekende achter-achter-achter-achterneefjes of nichtjes over heel de wereld, zonder dat u het weet. Maar ze zouden ook allemaal zomaar omgekomen kunnen zijn.

En als u dit verhaal tot hier gelezen hebt, dan weet u inmiddels veel meer over de tijd rondom 1598 dan voordat u aan het lezen begon, en dat allemaal door dat ‘Octrooi van de Staten van Holland van 24 juni 1598’


Bronnen: www.schutsluis-alblasserdam.nl, wikipedia en het verdere internet.

Foto's bewerkt met Fotosketcher.

Hartelijk dank aan de originele makers van de foto's en andere documenten.
Bron onderstaande Video: Go Sjors. Ook hartelijk dank.


Hennie van der Zouw

Hennie van der Zouw

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over wielrennen, voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......