Alles over Alblasserdam...

Column

Hebben Alblasserdammers Eerste Pinksterdag 1940 laatste vluchten richting Grebbelinie gezien? (woensdag 13 juni 2018)

Afbeelding bij Column: Hebben Alblasserdammers Eerste Pinksterdag 1940 laatste vluchten richting Grebbelinie gezien?

We gaan voor deze nieuwe column terug naar de Eerste Pinksterdag van 1940. Het was zondag 12 mei, en de inval van de Duitse legers was inmiddels al drie dagen aan de gang. Ik stel me voor dat toenmalige inwoners van Alblasserdam, zich net als heel Nederland veel zorgen maakten over al die dappere soldaten, vliegers, en scheepslieden die het in deze oorlogsdagen opnamen tegen de binnenvallende vijand.

Als je een militair Nederlands vliegtuig over zag vliegen, dan dacht je vaak: ‘Als die maar veilig en levend terug komt?’

Zo ook deze eerste Pinksterdag. Soldaten verdedigden ons land, Vliegers van bombardements-vliegtuigen vlogen om de Duitsers zoveel mogelijk schade te berokkenen. Maar waren wel zelf ook een doelwit voor Duitse jachtvliegtuigen in de lucht, of kanonnen op de grond.

Het verdere verhaal van deze column heeft maar zijdelings, letterlijk en figuurlijk, met ons damdorp te maken. Maar ik vond het interessant genoeg om toch hier als nieuwe column te gaan publiceren.

Ik vond dit verhaal toen ik op zoek was naar de gebeurtenissen rondom de Alblasserdamse brug, en net ook het verhaal van Brugwachter van Holten in de archieven had gevonden, wat ik in een eerdere column gebruikt heb.

Het komende verhaal gaat over drie dappere vliegers en hun waarnemers, die ons land verdedigden met enkele van de laatst overgebleven Nederlandse gevechtsvliegtuigen van hun basis in Noordwijkerhout. Ze waren aan het einde van deze Eerste Pinkstermiddag van hun basis in Noordwijkerhout opgestegen, richting de Lek. Ik stel me dus voor dat deze vliegers zo tussen zes en zeven uur die middag als laagvliegende stipjes in Alblasserdam en Kinderdijk te zien moeten zijn geweest, voordat ze over de lek in de richting van de Grebbeberg vlogen, wat het doel van hun missie was.

Ik neem de tekst van het verslag van deze vlucht, wat door Sergeant-Vlieger Roeloffzen, die de vlucht dus overleefde, opgeschreven is, in zijn geheel over. In de archieven die onlangs online gekomen zijn, ontdekte ik dit vier-pagina grote verslag, over gebeurtenissen die Alblasserdammers gezien en meegemaakt kunnen hebben. Dit verslag is blijkbaar ook ooit in een aflevering van het tijdschrift ‘Vliegwereld’ gepubliceerd.

De laatste Nederlandse vluchten in de vijfdaagse oorlog van mei 1940.

(Blad 1 van het verslag van Vlieger-Sergeant G.F. Roeloffzen):

In 'Vliegwereld' geeft Sergeant-Vlieger Roeloffzen een beschrijving van de laatste vluchten van de Nederlandse vliegers in de vijfdaagse oorlogstijd.

Vrijwilligers voor…….

Sergeant-vlieger Van Liempd stapte onmiddellijk naar voren.

Mislukte bombardementsvlucht met wonderbare redding.

De namiddag van de derde dag van de oorlog. 12 mei 1940 (Eerste Pinksterdag).

Circa 17.00 uur. Gestart met Fokker 05 592 (verkenner, lichte bommenwerper) naar Friesland via afsluitdijk.

Opdracht: Bombarderen en beschieten van troepencolonnes, die naar de Afsluitdijk oprukten.

Het zag er zeer slecht, zo niet hopeloos voor ons uit, er waren bijna geen toestellen meer. Die er nog waren, waren zeer verouderde types.

Onze beste toestellen waren we door de eerste bombardementen op de vliegvelden en in luchtgevechten tegen een geweldige overmacht al kwijtgeraakt. Tegenover de geweldige overmacht en de superioriteit der Duitse vliegtuigen was het met die paar verouderde ‘kisten’ eigenlijk gekkenwerk. De strijd was te ongelijk, wij waren absoluut kansloos.

Maar wat deed dit alles er toe, het ging om het vaderland, dus startten we en deden wat we konden.

Bij nadering van de Afsluitdijk zagen we, dat de lucht daar wemelde van de Messerschmidts, die de luchtweg naar Friesland en de Afsluitdijk bewaakten, zodat er geen doorkomen aan was.

Laag langs de grond vliegend om niet ontdekt te worden, keerden we onverrichter zake terug. Ook Luit. Woensdrecht en Serg. Bakx landen even na mij en hadden dus ook geen kans gezien. Door al deze hopeloze, zenuwslopende vluchten waren we onderhand op van de zenuwen.

Aantreden
Even later roept onze commandant (Majoor-Vlieger Roland) alle vliegers en waarnemers bij zich op het bureau: “Mannen, de toestand is hoogst ernstig. Het schijnt ons in de lucht als ook te land niet best te gaan. Aan de Grebbelinie wordt een doorbraak van de Duitsers gevreesd. Het Opperbevel wil nog een poging doen met ons en verlangt dat drie toestellen van ons de Duitse linies bij Wageningen bombarderen. Jachtvliegtuigen, zoals tot nu toe steeds ter bescherming meegegeven, zijn niet meer beschikbaar, om de eenvoudige reden dat ze er niet meer zijn. Ik vraag daarom zes vrijwilligers, drie vliegers en drie waarnemers, die deze opdracht willen uitvoeren. Het zal niet gemakkelijk zijn, maar ik kan jullie wel zeggen, dat aan deze vlucht de hoogste onderscheiding verbonden is. Wie gaat?”

Sergeant-Vlieger van Liempd, stapt onmiddellijk vooruit, dan is het even stil, niemand meldt zich. Bakx en ik kijken elkaar eens aan. Samen met van Liempd hebben wij wel de meeste frontvluchten gemaakt deze dagen. En meer dan een jaar zijn wij ook met zijn drieen een onafscheidelijk clubje geweest, gedurende ons lange verblijf in Gilze-Rijen en nu in Noordwijkerhout.

(Blad 2):

Ons besluit is genomen, ook deze laatste maal zullen we samen zijn: we gaan. Ook drie waarnemers, waaronder sergeant Holtz, die met mij gaat, melden zich vrijwillig aan.

Nieuwe bommen onder de toestellen, benzine bijtanken, klaar! De Commandant drukt ons allen de hand en letterlijk 'uitgeleide gedaan’ door onze collega’s stappen wij naar de toestellen. Even warmdraaien en dan snel weg! We vliegen escadrille-ruim-verband, dat wil zeggen niet te dicht op elkaar. Bakx voorop, links Van Liempd en ik rechts.

Huisje-Boompje-Beestje.
We vliegen zo laag mogelijk, huisje-boompje-beestje, zoals dat heet. Even later vliegen we langs de Lek oostwaarts, Bakx ‘bovenop’ het water. Van Liempd en ik links en rechts vlak over de uiterwaarden.

Om des te vlugger weer thuis te zijn, zitten we de oeroude Fokker C5-en, met hun 190 kilometertjes kruissnelheid behoorlijk op hun kop, ze dreunen en daveren en worden gloeiend heet, maar dat geeft niet, ze kunnen er tegen, want ondanks hun ouderdom zijn ze nog ijzersterk.

Plotseling beginnen er, ter hoogte van Culemborg, van de grond af mitrailleurs op ons te schieten, maar ze raken ons gelukkig niet. Wij verder, We beginnen te klimmen, de Grebbelinie nadert. We zitten op 800 meter. (Dit waren nederlandse mitrailleurs!)

In de verte zie ik Wageningen al liggen. Overal op de grond rookt en brandt het. We naderen het ‘front’. N.O. van Wageningen moeten we zijn; ik stuur mijn kist nog wat bij, we gaan recht op het doel af.

Dan ineens: drie Duitse jachtvliegtuigen, die in duikvlucht op me afkomen! Waar ze zo plotseling vandaan komen, is me een raadsel, ik vermoed uit de wolken. Regelrecht duiken ze op mij af, in razende vaart…… Ik zie ze slechts een moment, ’t zijn Messerschmidts 109 (foto hierboven) of Heinkels 112.

Drie razendsnelle zwaar bewapende moderne jagers tegen een oude, langzame verkenner. Geen kans.

Weg! Naar de grond! Het davert door mijn hoofd: in de lucht blijven en trachten te vluchten? Zelfmoord. Eruit springen? Als het lukt, zal ik met mijn parachute midden in de vuurlinie terechtkomen en al dood zijn, voor ik beneden ben……

Een schop tegen het voetenstuur, een duw tegen het levier, in duikvlucht naar beneden, naar de grond!!

Het gas vol open, over de stuitnok heen, die we normaal alleen op grote hoogte mogen overschrijden. Lopen zal die oude Rolls, al zal hij uit elkaar vallen. Ze zitten al achter me, ik voel het, een die op me moet schieten, midden achter me, en twee opzij: voor omkijken is geen tijd.

Hij begint te vuren. Dat is ontzettend. Een sproeiregen van lood laat hij op me los. Ik zie het, want zij gebruiken, evenals wij, z.g. lichtspoormunitie, waarbij iedere vijfde patroon, een duidelijk zichtbaar lichtspoor nalaat in de lucht.

Radeloos begin ik te schoppen, te duwen en te trekken, als een dolleman springt de kist door de lucht, slingerend en zwaaiend, met dreunende motor. Neen, hij zal me niet krijgen, we geven ons zomaar niet over!

Als ik in een rechte lijn naar beneden was gedoken, had ik dit niet na kunnen vertellen, dan zou hij me makkelijk in de bundel van zijn mitrailleur hebben kunnen vangen.

Hij vuurt als een bezetene, uit al zijn mitrailleurs spuwt

(Blad 3):

hij ons zijn stralen dodend metaal achterna, het is of wij in een smederij zitten of bij een groot electrisch lasapparaat, links vuurstralen, rechts, boven en onder ons!

Aan alle kanten vonkt en gloeit het, en een kogeltje in mijn rug is voldoende, om er een eind aan te maken, om ons met volle snelhied de grond in te doen duiken, ik verwacht het ieder moment.

Razen-snelle-duikvlucht
We duiken nog steeds, in razende vaart. Mijn waarnemer vertelde mij later in het zikenhuis, dat hij dacht dat onze staart eraf geschoten was tijdens deze duikvlucht en dat we stuurloos omlaag doken, zo slingerend en zwaaiend dook ik de kist naar beneden. Hij had er zich reeds op voorbereid, dat we zo de grond ingingen en zat, zo vertelde hij me, gelaten en rustig de klap af te wachten.

Ik heb altijd grote bewondering gehad voor de moed, waarmee de waarnemers zich aan ons toevertrouwden.

Het ‘vuurwerk’ achter ons houdt nog steeds aan. Dat je hersens in een dergelijke situatie nog werken, is een raadsel. Het flitst door mijn hoofd: over de Rijn, over de Rijn zien te komen: ik wist, dat te noorden van de Rijn letterlijk de ‘hel’was losgebroken; als ik dus daar terecht kwam, werd ik, al kwam ik heelhuids aan de grond, toch wel 'afgeschoten’ maar bezuiden ervan was de zaak nog betrekkelijk rustig.

We naderden de grond. De ‘vuurregen’ houdt nog steeds onverminderd aan. Deze duik schijnt uren te duren. In werkelijkheid is alles slechts een kwestie van seconden.

Daar is de grond! Ik begin te trekken. Moeizaam, onder hevig trillen van het toestel, komt de neus omhoog. We razen over de uiterwaarden en zakken nog steeds lager. Geweldig snel gaat het, veel te snel!

Een enorme klap, boem! Weg linkerondervleugel! De flarden hangen erbij, spaanders vliegen in het rond, we hebben een paal of een dijk geraakt, de hele kist wordt omhoog gesmakt, maar schiet nog steeds met geweldige snelheid voort. Ik weet hem nog weer vlak te brengen en zie plotseling de grote wiinterdijk van de Rijn voor me. Van dit moment af houdt het vuren op. De Dutse jager, die veel sneller gaat dan ik, kan niet meer achter me blijven en schiet over me heen omhoog.

Ik zie de dijk, met een hek erbovenop, hij nadert snel, ik trek uit alle macht om erover te komen. Maar het toestel, dat, hoewel het nog voldoende snelheid heeft, niet genoeg draagvermogen meer bezit vanwege die afgeknapte ondervleugel, wil niet meer omhoog. In volle vaart met voltoeren draaiende motor, vliegen we tegen de dijk aan, het toestel slaat over de kop, wordt weer meters omhoog gesmeten, over de dijk heen en valt met een geweldige smak een heel eind verder tegen de grond, waarbij de hele ‘kist’ in elkaar schuift, zodat er niet veel van over is.

Het wordt me zwart voor de ogen en ik denk bij mezelf: daar ga je! Nu is het afgelopen.

Even later dringt een geluid van wegstromende vloeistof tot me door. Ik ruik benzine en open mijn ogen. De tank, waarin nog ongeveer 450 liter benzine moet zitten, blijkt zich boven in plaats van voor me te bevinden en loopt over me leeg….. Ik ben van boven tot onder drijfnat van de benzine en hoor een sissend geluid, dat eveneens van de benzine afkomstig blijkt te zijn, die over de gloeiend hete uitlaatpijpen stroomt.

Als door een wonder gered.

(Blad 4):

Dan dringt het ineens tot me door: Eruit! Weg! Mijn linkervoet blijkt bekneld te zitten, maar na enig wringen lukt het me, die vrij te krijgen en ik kruip uit de puinhoop. Ik kan mezelf niet begrijpen dat ik nog leef. Hier is een wonder gebeurd, en onder het toestel zaten ook nog alle bommen, die, ondanks de verschrikkelijke klap, waarmee we tegen de grond kwamen, niet ontploften…… Mijn eerste gedachte is dan: ik zal wel heel toevallig in leven zijn gebleven, maar mijn waarnemer zal wel dood zijn.

Maar ook mijn waarnemer leeft. Hij komt achter om de wrakstukken aanstrompelen, had er dus blijkbaar aan de andere kant dan ik uit moeten kruipen en elkaar ondersteunend strompelen we weg. De Duitsers zagen ons waarschijnlijk tegen de grond vliegen, we hebben ze niet meer gezien.

Er komen Hollandse hospitaalsoldaten aanhollen (hadden ons blijkbaar zien vallen): we blijken ca. 20 meter voor de voorste Hollandse vuurlinie te zijn neergekomen…..

Even later lig ik op een draagbaar (mijn waarnemer kon nog lopen), het hele geval wordt achter op een vrachtwagen gezet en daar gaan we, in westelijke richting. Onderweg wordt er in het donker nog tweemaal op onze wagen geschoten, waarbij het zand van de in de berm van de weg in slaande granaatscherven ons om de oren vloog. Maar alles ging goed.

Na een vervoer van 13 uren lang door verduisterd Nederland, na zeven keer te zijn overgeladen op een ander vervoermiddel (het ene nog slechter dan het andere), komen we de volgende morgen om 9 uur, half geradbraakt, maar doodgelukkig, in Amsterdam in het ziekenhuis aan.

Tonnie van Liempd heb ik nooit meer gezien. Hij viel in de omgeving van Rhenen en stierf de vliegerdood voor het vaderland. Aan hem draag ik deze regels in eerbiedige hulde op.

Dank aan Sergeant-Vlieger Roeloffzen voor bovenstaand verslag.

Sergeant-Vlieger G.F. Roeloffzen was geboren op 24 januari 1914 te Enschede en overleed op 23 juli 1998 op 84-jarige leeftijd in Enschede. Hij kreeeg bij Koninklijk besluit de Bronzen Leeuw uitgereikt voor zijn heldhaftige gedrag ten oosten van Wageningen tijdens een onbeschermde bombardementsvlucht op vijandelijke artillerie op 12 mei 1940.
Sergeant-Vlieger A.J.M. van Liempd was geboren op 30 januari 1906 in Schijndel en overleed op 12 mei 1940 tijdens boven genoemde actie. Ook hij is postuum onderscheiden met de Bronzen Leeuw.
Sergeant Vlieger C.L.J.P. Bakx was geboren in 1914 te Geldrop en is op 20 juni 1946 op Vliegveld Soesterberg onderscheiden met de Bronzen Leeuw voor zijn heldhaftige gedrag op 12 mei 1940 ten oosten van Wageningen tijdens een ondbschermde bombardementsvlucht op vijandelijke artillerie.

Op het internet vond ik ook de volgende tekst, vooral over Sergeant-Vlieger van Liemd, maar dit geeft en nog beter beeld van de actie zoals Sergeant-Vlieger Roeloffzen die beschreef.

Uit het boek 'De luchtverdediging in de meidagen 1940' - band 1 (p.420-421):

"Tijdens deze vlucht [12 mei 1940, aanval op oprukkende Duitse troepen in Friesland, omgeving Afsluitdijk] was de toestand aan het Grebbefront zodanig verslechterd, dat de Commandant van het Veldleger zich tot de O.L.Z. wendde met het dringend verzoek om alle beschikbare vliegtuigen in te zetten tegen de westrand van Wageningen, van waaruit sterke Duitse troepen ten aanval oprukten. De O.L.Z. had dit verzoek direct ingewilligd. Aangezien toen echter alle gevechtsgerede C V'n van de IIIe Verkenningsgroep (Verk.Gr.) reeds onderweg waren naar Friesland, had majoor Raland van de C.-2e Luchtvaartregiment (Lv.R.) de opdracht ontvangen om deze toestellen onmiddellijk na terugkeer weer gereed te laten maken voor een bombardementsvlucht naar de westrand van Wageningen. De C.-IIIe Verk.Gr. deelde de C.-2 Lv.R. mee, dat zijn personeel zo vermoeid was, dat hij voor deze vlucht een beroep zou moeten doen op vrijwilligers.

Nadat de C V'n waren teruggekeerd van de vergeefse vlucht naar Friesland, verzamelde hij het luchtvarend personeel en zette hun in een korte toespraak uiteen, waarom de bombardementsvlucht naar Wageningen zo noodzakelijk was. Onmiddellijk traden toen een aantal vliegers en waarnemers uit en uit deze groep vrijwilligers werden drie bemanningen aangewezen. Nadat drie C V'n van bommen waren voorzien en volgetankt, wenste majoor Raland de vertrekkenden met een krachtige handdruk een voorspoedige vlucht.

Om 18.32 startte de volgende formatie, met hierbij ook de namen van de waarnemers:
Fokker-C V, no. 605. (res. 1e lt.-wrn. A. J. Eenkhoorn, commandant - res. sergt.-vl. C.L.J.P. Bakx).
Fokker-C V, no. 619. (res. 2e It.-wrn. T. J. Vrins van de IIe Verk.Gr. - res. sergt.-vl. A.J.M. van Liempd).
Fokker-C V, no. 592. (res. sergt.-wrn. J.L. Holtz - res. sergt.-vl. G.F. Roeloffzen).

Laag vliegend en in wijd escadrilleverband, bereikte het groepje bij Vreeswijk de rivier de Lek, die daarna in oostelijke richting werd gevolgd. Ter hoogte van Culemborg werden de toestellen beschoten door mitrailleurs, maar dat vuur bleef gelukkig zonder uitwerking.
Toen zij Wageningen naderden, klommen de toestellen geleidelijk naar 800 m, op welke hoogte de bemanningen een goed zicht hadden op het dorp en zijn omgeving. Plotseling stoof een groot aantal Me's 109 met ratelende mitrailleurs van achteren op het groepje af. Omdat het bij elkaar en op hoogte blijven tegenover een dergelijke overmacht gelijk stond met zelfmoord, verbraken de vliegers onmiddellijk verband en zetten hun vliegtuigen vol gas in een duikvlucht. Zig-zag omlaag vliegend, deden zij wanhopige pogingen om hun snelle en goedbewapende achtervolgers van zich af te schudden en de op hen afgevuurde salvo's te ontwijken. Slechts aan de sergeant-vlieger Bakx (no. 605) gelukte het om zijn toestel tijdig op te trekken en laag over het terrein scherend het vliegpark Ruigenhoek weer te bereiken. De twee andere vliegers moesten noodlanden. De C V, no. 592, kwam bij Opheusden neer binnen de eigen linies; de C V, no. 619, landde in door de vijand bezet gebied in de omgeving van Rhenen. Sergeant Van Liempd, die zich - met de handen omhoog - aan de naderbij komende Duitsers wilde overgeven, werd neergeschoten. Luitenant Vrins hield zich daarom schuil en werd later krijgsgevangen gemaakt."

Heel hartelijk dank aan de oorspronkelijke makers van de teksten, de video en de afbeeldingen

Bronnen:
https://www.archieven.nl/nl/
http://www.grebbeberg.nl/index.php?page=liempd-a-j-m-van-bl
http://cultuurtijdschriften.nl/download?type=document&docid=479151

Ik sluit deze column af met de hieronderstaande video van het programma Andere Tijden over De Slag om de Grebbeberg. De bijbehorende website kunt u vinden op deze link: https://anderetijden.nl/artikel/472/De-slag-om-de-Grebbeberg.

N.B. : Avia Vliegwereld
Avia Vliegwereld is een Nederlandstalig tijdschrift over de luchtvaart, dat bestaan heeft in de jaren vijftig en jaren zestig. Het blad is ontstaan uit een samengaan van de aparte luchtvaarttijdschriften Avia en Vliegwereld. Avia Vliegwereld bestond tot 1962, en is toen opgeheven.

Medio 2002 werd Avia Vliegwereld nieuw leven in geblazen door diverse personen, als digitaal luchtvaartmagazine waarin ook veel aandacht wordt geschonken aan Flight Simulator. Thans bestaat Avia Vliegwereld als magazine niet meer. De website is nog wel actief.

Avia Vliegwereld werd zes keer per jaar uitgegeven door de non-profitorganisatie Avia Vliegwereld Media, maar in 2006 zijn slechts twee edities gepubliceerd. Het blad zou zich meer op de echte luchtvaart gaan richten. Avia Vliegwereld werd door tussen de 800 en 1000 mensen gelezen.

N.B. : Noordwijkerhout
Ruygenhoek het hulpvliegveld in de duinen. Het hulpvliegveld Ruygenhoek werd tijdens de mobilisatie aangelegd tussen de duinen ten noorden van Noordwijkerhout. Het vormde vanaf 9 april 1940 de basis van de  3e Verkenningsgroep.

Door het terrein van donkere lijnen te voorzien, viel het vanuit de lucht niet op in de omringende weilanden. Toch was de ligging van deze basis bekend aan de Duitsers. Het is dan ook een groot raadsel dat Ruygenhoek in de meidagen nooit werd gebombardeerd. Het kende namelijk in die dagen een hoge activiteit. Zie voor verdere gegevens deze website.

Hennie van der Zouw

Hennie van der Zouw

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over wielrennen, voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Op deze website kunt u meer infomatie vinden over de gebundelde columns.


Hennie van der Zouw

Hennie van der Zouw

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over wielrennen, voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Op deze website kunt u meer infomatie vinden over de gebundelde columns.