Alles over Alblasserdam...

Column

Rotterdamsch Nieuwsblad: 17-01-1940: Wij bekijken de Alblasserwaard. (donderdag 7 november 2019)

Afbeelding bij Column: Rotterdamsch Nieuwsblad: 17-01-1940: Wij bekijken de Alblasserwaard.

In het 'Roman- en Letterkundig Bijvoegsel' van het Rotterdams Nieuwsblad stond in en rond begin 1940 een vervolgverhaal over een bijzonder groepje mensen, die vanuit Rotterdam de Alblasserwaard in trokken. Bij toeval ontdekte ik dit verhaal, deze feuilleton in de woensdaguitgaven van het Rotterdams Nieuwsblad van 1940.

Het verhaal is niet alleen geschreven in de spelling van 1940, maar geeft ook weer, hoe de mensen praten. Hun dialect of manier van uitspreken van woorden, wordt in het verhaal zo goed mogelijk weergegeven, waardoor er een vreemd soort maar wel erg leuk Nederlands ontstaat...... De schrijver van dit verhaal heb ik niet kunnen achterhalen.

  


Rotterdamsch Nieuwsblad: 17-01-1940: Wij bekijken de Alblasserwaard.

De brutale Amsterdammer wordt geheimzinnig

Onze Amsterdamse vriend klonk luidruchtig met mevrouw Wolzak, oftewel Jacoba van Delfshaven en hij dronk met zeer bekwamen spoed het resultaat van zijn weddenschap, tevens het resultaat van een Schiedamse distilleerderij, tot het laatste druppeltje op.

Mevrouw Wolzak had ook in zeer korten tijd haar glaasje ledig en de ex-deurwaarder kreeg bevel in zijn portemonnee te tasten, hetgeen hij deed. Toen wilden wij opstaan, want wij hadden waarlijk mee te doen.
- Au nei, zei Hein Pardoen heel lakoniek. Sau saane we niet getrouwd, mefrou! Woar blaaft onze widdinschap?
- As je me nou! Man, wat doch-ie dan, dat je soo net gedronke heb? Me man heeft ommers betaald.
- Joa, moar ik ben gein widdinschap gemoakt mit uwes man, moar mit u. Nou komt de widdinschap pas.
- En u hebt self geseit, dat man en frouw een benno
- Niet baai widdinschappe. Moak maan niks waas aufer sukke soake, want doar bin ik in daurkneid. Al sel ik er alle advokaote fen Maukum baai motte sleipe moar u sel d’r eintje faur maan motte mesjalleme.

De man trad zoo zelfverzekerd op en hij maakte zulke gebaren, dat men in zijn gevolg reeds een heelen stoet strenge gezichten boven bef en toga scheen te aanschouwen, ofschoon er eigenlijk in de gelagkamer qweinig anders te zien was dan de schilderijgen met paarden, een herinnering aan den tijd, dat Alblasserdam een zeer belangrijke paardenmarkt huisvestte. Mevrouw Wolzak keek hulpbehoevend naar haar gemaal, als verwachtte zij van den ex-deurwaarder waardevol juridischadvies, doch wolzakhulde zich in een welsprekend stilzwijgen, trok de schouders op en slechts de ondeugende flikkering van zijn ogen verried, dat hij zijn vrouw het tegenvallertje van harte gunde.
- Toe dan maar, stemde tante Koosje toe, terwijl haar hoofd scheen uit te zetten van de roode kleur. Maar nu onder getuige fan ons allemaal, dat 't nou met die foefies is afgeloopen!
- Noemt uwis det foefies! Moar mefrou, ’t is daud eirluk. Ken ik ‘t helpen, det uwis Alblasserdem faur sau.n gehuchie heb oangesien!

En Hein Pardoen gaf een knipoogje aan een Alblasserdammer, die het gesprek met veel aandacht had gevolgd.
- Mevrouw is natuurlijk vreemd hier, mengde de Alblasserdammer zich in het gesprek. U weet waarschijnlijk niet, hoe oud dit dorp is. Welnu, mevrouw, het is zeer oud en het heeft een interessante geschiedenis. Een Ingezetene heeft nog pas een heel dik boek over Alblasserdam geschreven. Moet u lezen, dan weet u eerst, wat deze streek voor een historie heeft. Een heel eigen geschiedenis, mevrouw, juist omdat ons isolement zoo groot was. Als voorbeeld zou Ik den Franschen tijd kunnen noemen, mevrouw. In Rotterdam hebben ze toen een tijd gekend, dat de Boompjes een heel anderen naam droeg, die heette Quai Napoleon, en hier, mevrouw, hier hebben ze nauwelijks geweten, dat er franschen in het land waren, hier ging alles z’n oude gangetje, terwijl op andere plaatsen de boel op zijn kop stond.
- Spreek mijn nlet fan Rotterdam, meneer, zei tante Koosje plechtig. Ik ben fan Dellefshafe.
- Joakauboa fen Dilfshoafe, doar goa je, op uwis gesondhaad!
- Fan ’t selfde en ’t salo u bekomme, sooals ikke ’t u toewensch, zei tante met een zuurzoet lachje, toen mijnheer Pardoen zijn respectabele dorst andermaal leschte. En nou gane me ferder, want we benne hier niet gekomme om Schiedam te onderhouwe. Nee, Wolsak, ik sal selluf wel betale, want anders flieg ik er weer in.
- Weet u, dat hier nog heel oude huisjes staan, mevrouow. Als u langs de Alblas loopt, zult u uw oogen uitkijken. Daar staat rechts van den weg een heel oud huis, dat vroeger bij het Hof van Souburg moet hebben behoord. Men vertelt ervan, dat het een Jachthuisje van Jacoba van Beieren is geweest.
- 'n Jachthuisjel sprak de teekenaar opgetogen. Daar moeten we heen. Dat doet me denken aan het jachtkoepeltje bij de Hilwoning te Hoek van Holland.
- Okkie, praat mij niet meer over Hoek van Holland, waar je Mies hebt ontmoet, sprak tante Koosje verwijtend. Daar hebben we met s’n alle genoeg ferdriet fan beleef'. Wij hadde andere plannen, wij soue molens gaan kike….

Maar de teekenaar stond reeds op en daar gingen wij de Alblasserwaard in, met zijn vijven. Want Hein Pardoen ging mee.
- Goane jullie maules kaake! Sau!.... en as ik maan niet firgis, schaamt schaant meneir de teikenoar die maulens auk te tekene.

En de Amsterdammer fronste het voorhoofd, terwijl zijn oogen ons achterdochtig opnamen.
- Meheir de teikenoar, wèt hebt uwis toch aageluk mit det geteiken foar?
- Och, deed onze teekenaar opnieuw ontwijkend.
- Die Amsterdammers benne niet nieuwsgierig, maar se wete graag alles.
- Het kan om graute belange goan. Mefrou, as uwis det moar weit, zei de heer Pardoen gewichtig.

Had de teekenaar maar over deze woorden nagedacht. Hoeveel leed zou hem en ons bespaard zijn gebleven. Helaas het spijt den reporter, dat hij het hier moet neerschrijven: de teekenaar denkt niet genoeg na. Hij had alleen oogen voor het onbeschrijflijk schoone landschap, dat zich, zoals dat heet, voor onze oogen ontrolde. Want lezers, die weg langs de Alblas is een stuk Nederland, welks schoonheid men met eigen oogen moet hebben aanschouwd, om er over te kunnen oordeelen. Wat zal de reporter trachten u van dit afgelegen stuk polderland, dat door de nieuwe brug over de Noord onlangs veel toegankelijker geworden is, een beschrijving te geven. Zijn schrijfmachine ratelt machteloos.

Die breede stroom, die glorieuze boerenhofsteden, die aan de overzijde van het water staan, die watergezlchten met spiegelende boomen, torens en hulzen, zij stellen veel van het schoonste van Holland in de schaduw. Dit land is inderdaad oud, zijn geschiedenis gaat terug tot de tiende eeuw, de watersnooden, die deze streeken hebben gekend, zijn nog niet op de vingers van twee handen te tellen, de streek heeft tijden van bloei en van nijpende armoede beleefd, maar in de loop der eeuwen heeft zich hier een sober, sterk volk ontwikkeld, welke kracht zich in de huizen aftekent.

Wij wandelden en wandelden, telkens bleef te teekenaar staan, omdat er iets was, dat zijn kunstenaarsoog trof en men heeft er geen flauw begrip fan hoeveel maal dat oog op die manier werd getroffen, van weerszijden van den weg uit, tot wij bij het oude huisje aankwamen.

Men ziet het huis, naar men aan de teekening kan zien, zijn ouderdom aan. Volgens de bewooners dateert het uit ongeveer 1400. De typische raamen dragen in hun verzonken boogen, die ons weer aan de oude Dordtsche gevels deden denken, nog de merkteekens van vroegere tegelversieringen in de verweerde kalk. Het huis is nog enkele malen vergroot, naar en uit den voorgevel en de zijgevels kan zien. In den Oostenlijken zijgevel is een figuur in een afwijkende kleur baksteen ingemetseld, die pas goed uitkomt, wanneer de regen het patroon wqt heeft opgehaald,
- Nau, wet stoan jullie te kaake, sprak de Amsterdammer. Je ken sien det se fan de kent fan Rotterdam niet feil gewind saane…. Mot je in Graut-Maukum komme….. Gauje se je daud mit feil ouwerewauninge.
- Flak Dellefshafe anders ook niet uit, zei tante Koosje. Ik sou foor geen geld wille ruile. Maar dit is ’n mooi huissie
- Goa d’r in waune, minsch, moak er de reisidentie fen Joakauboa fen Dilfshoafe fan.
- Hebbu eigelijk niks anders te doan meneer?
- Aageluk wel, moar – misschien ken ik maan firdiensteluk moake, sprak Hein Pardoen geheimzinnig.

N. B: De bovenstaande tekening is gesigneerd door een zekere Octave, op internet is te vinden dat dit een in 1895 in Amsterdam geboren tekenaar was die in 1974 in Schiedam overleed. Octave blijkt de vader van oud-tv presentator Victor de Coninck te zijn.

Column 59 van uw Columnist.

Hennie van der Zouw

Hennie van der Zouw

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over wielrennen, voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Op deze website kunt u meer infomatie vinden over de gebundelde columns.


Hennie van der Zouw

Hennie van der Zouw

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over wielrennen, voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Op deze website kunt u meer infomatie vinden over de gebundelde columns.