vrijdag 27 november 2020

Alles over Alblasserdam

23
feb

Twee fragmenten over Alblasserdam uit het boekje 'Dagboekfragmenten 1940-1945' gepubliceerd in 1955

Dagboekfragmenten 1940-1945
Op het grote internet vond ik onlangs een pdf-versie van het boekje ‘Dagboekfragmenten 1940-1945’ met daarin een tweetal dagboekfragmenten over Alblasserdam in die jaren. Hier eerst als inleiding een stukje tekst uit het voorwoord van dit boekje ‘Dagboekfragmenten 1940-1945’ door Dhr. Drs. A.H. Paape, toenmalig Directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

Hij schrijft onder andere: ‘Op 8 mei 1945, drie dagen na de bevrijding, werd het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie opgericht. De taken werden in het oprichtingsbesluit kort samengevat: het verzamelen en bewerken van materiaal over de geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog en het publiceren over die periode. De laatste taak was vanzelfsprekend het einddoel. Maar even vanzelfsprekend was dat de eerste taak voorop stond. Op het bijeenbrengen van zoveel mogelijk materiaal uit en over de oorlogs- en bezettingstijd waren de activiteiten dan ook in de eerste jaren speciaal gericht.’

‘Dagboekfragmenten 1940-1945’ is de simpele en uiterst zakelijke titel. De inhoud bestaat uit 224 korte en langere gedeelten uit dagboeken van meer dan 100 schrijvers, onder wie 43 vrouwen. De oudste auteur van het boek was 73, de jongste 14 jaar. Van allen werden het beroep, de leeftijd en de woonplaats vermeld.’

‘Dagboekfragmenten 1940-1945’ werd in 1955, kort na de verschijning, twee keer herdrukt. De totale oplaag bedroeg maar enige duizenden exemplaren. Daarna werd het snel vergeten. Dat was - in die jaren - te verwachten. De belangstelling voor de oorlog en de bezettingstijd was verflauwd. Men werd steeds meer in beslag genomen door de jacht op de nieuwe welvaart en door de problemen van de buitenlandse politiek en de daarmee verbonden gevaren: de koude oorlog, de atoombom, Hongarije in 1956 en enkele jaren later Cuba, om maar enkele onderwerpen te noemen. Men had niet de tijd zich nog intensief met de Tweede Wereldoorlog bezig te houden.’

‘In de loop van de jaren zestig gingen velen zich opnieuw - of voor de jongere generatie: voor het eerst - met de jaren 1940-1945 bezighouden. De groei van de belangstelling zette zich in sterk stijgende mate voort in de jaren zeventig en tachtig. Ook in andere landen viel dat verschijnsel waar te nemen.’

‘Wie zoekt naar verklaringen daarvoor, stuit op een reeks voorvallen en ontwikkelingen die alle in meerdere of mindere mate een rol hebben gespeeld. Een hoeveelheid incidentele gebeurtenissen, verspreid over de jaren: de arrestatie van en het proces tegen Adolf Eichmann, top-organisator van de Jodenvervolging; het proces tegen Erick Rajakowitsch, vertegenwoordiger van Eichmann in Nederland; de herhaaldelijk op hoog niveau spelende vraag of de nog in Breda gevangen zittende Duitse oorlogsmisdadigers moesten worden vrijgelaten; de verschijning van de memoires van Weinreb, de daaruit voortvloeiende langdurige discussie in de pers en het uiteindelijk verschenen rapport over 's mans activiteiten van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie; de zaak Aantjes. Allemaal zaken die leidden tot heftige, vaak sterk geëmotioneerde reacties en discussies in brede kring.’ Tot zover de Heer Drs. A.H. Paape, Directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie

De twee hier volgende fragmenten zijn afkomstig uit bovengenoemd boekje en zijn van een tweeënveertig jarige ingenieursvrouw uit Alblasserdam. Ze zijn ontleend aan dagboeken van deze vrouw,  die in origineel of in fotokopie berusten bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam. Op een enkele uitzondering na zijn alle er in voorkomende persoonsnamen gewijzigd; in enkele gevallen zijn ook enige andere, op zichzelf onbetekenende veranderingen aangebracht, opdat de schrijfster de anonimiteit zou behouden waarop zij recht heeft.

Jegens de auteurs der dagboeken of hun nabestaanden, die verlof tot publicatie der fragmenten in bovengenoemd boekje verleenden, is het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie diep erkentelijk.

Hieronder de twee in het boekje 'Dagboekfragmenten 1940-1945' gevonden en uit Alblasserdams afkomstige dagboekfragmenten:

Een Ingenieursvrouw van 42 jaar uit Alblasserdam schreef op 24 December 1944:

- Het is maar goed geweest, dat wij verleden week ons kerstdinertje alvast gehad hebben met Cor en Poul. Want gisteren zijn er zulke ernstige dingen gebeurd, dat we nu alles behalve in een kerststemming zijn. Gisteren, 23 December 1944 moest ’t laatste moffenschip van stapel lopen en dat moest dan onafgemaakt versleept worden, waarschijnlijk over de wadden (met dit lage water + Oostel. wind??) naar Duitsland. Vorige week bleef 't schip zitten, omdat er geen deugdzaam vet en groene zeep voor aanwezig waren. Maar dat hebben de moffen nu geleverd en hij liep toen vlot te water. Er was nogal wat belangstelling van moffenzijde: de Ortskommandant, Rudi, + zijn satellieten en nogal wat officials uit Dordt. Alles verliep nogal vriendelijk. Na afloop trok de directie zich terug in de directiekamer en de Dordtsche officials gingen ook terug. Alleen Rudi bleef + zijn ondergeschikten rondneuzen en opeens gelastte hij enige arbeiders, om ergens te gaan graven en ... daar kwamen 2 vaten benzine te voorschijn!

Toen begon de misère. Gelukkig hadden Henk en Jan-Kees de werf juist verlaten toen dat gebeurde. Er werd een baas geroepen, of die ervan wist en of er nog meer begraven was. ‘Nee, bij mijn weten niet’, zei de man. Klets, daar kreeg hij een vuistslag in 't gezicht, van Rudi! Toen de onderbedrijfsleider van de werf. Die gaf ook een ontkennend antwoord en werd tegen den grond geslagen met 3 tanden door zijn lip! Toen moest Frans Rauwenhoff komen. Ook die werd een blauw oog geslagen en hij werd meteen gevankelijk weggevoerd, zit nu in een vieze cel onder 't gemeentehuis, waar al 't rapalje ook opgeborgen wordt. Gelukkig heeft Johan Christiaan voor lakens en een sloop gezorgd. Enfin, gisteren leek 't hiermee afgelopen, maar 's middags kwam Rudi wéér op de werf en hij rook toen naar sterke drank bovendien. En toen begon hij ruzie te maken met den Heer van der Gaag, dat er nog meer benzine in den grond zou zitten.
Bij ontkenning sloeg hij Van der Gaag in 't gezicht, maar Van der Gaag liet dat niet op zich zitten van dat jonge ventje en sloeg terug! En toen is Van der Gaag bont en blauw geslagen door de moffen op bevel van Rudi! Is 't niet vreselijk? Rudi trok zijn revolver en Van der Gaag moest mee 't terrein rond en telkens als Rudi iets verdachts meende te zien en om inlichtingen vroeg, duwde hij Van der Gaag de loop van zijn revolver in de hals! Welk een behandeling!

Dat is zeker hun ‘Kultur’? En dan moet je weten, dat Van der Gaag als majoor de marine dienst verliet, nu 65 jaar is en zich zoo moet laten behandelen door een luitenantje van 28 jaar! 't Slot was, dat ook Van der Gaag gevangen genomen werd en nu samen met Frans opgesloten zit onder 't gemeentehuis. De moffen barsten van 't eten - er zijn deze week o.a. 100 weinachts Stollen voor hen gebakken - maar hun gevangenen geven ze totaal niets. Dus heb ik gisterenavond een pannetje zuurkool en cigaretten voor hen gebracht en vanmorgen om kwart vóór 9 was ik er al weer met hun ontbijt; een thermosfles thee + suiker en gesmeerde boterhammen, kant en klaar. Maar nu wil Willy van der Gaag alles verder verzorgen. We helpen anders allen wat mee, vooral met brood, nu 't rantsoen zo schaars is en Frans' bonnen uit R'dam hier ongeldig. En verder heeft Rudi gezegd dat hij na de kerstdagen met onze machine fabriek zal beginnen. Nu zal hij daar wel geen benzine vinden – want dat is 't artikel, waar hij tuk op is en waar hij overal naar zoekt - maar er is allicht iets anders te vinden en dan vrees ik voor Henk, want die is daar de chef. Bovendien is Henk nu de hoogste in rang, nu de directie gevangen gezet is. En hooggeplaatsten vinden ze heerlijke slachtoffers, om hun woede op te koelen.

Deze zelfde Ingenieursvrouw, (42 jaar en uit Alblasserdam), schreef op 22 Januari 1945:

- Ik ben net onderbroken door een hevige luchtaanval op ons dorp. De zuurstof- en acetyleenfabrieken waren 't doel. Er werd hevig geschoten door afweergeschut – dat sinds een week weer hier staat - en de vlìegtuigen. 't Was gewoon een duel. Er vielen ook wel bommen (lichte dan) tussendoor. En telkens kwamen de vliegtuigen weer terug en begon 't opnieuw. We zagen achter de brug en kabelfabriek rookzuilen opstijgen en ook waterzuilen. En nu blijkt, dat die 2 fabrieken ernstig getroffen zijn en dat Joop Manssen erbij gedood is. Is 't niet vreselijk? Je weet wel: die getrouwd [is] met Riek Rensselaar. Ze hebben 2 zoons van 17 en 14 jaar, beiden gelukkig thuis, want ze woonden in Dordt bij leraren wegens de middelbare scholen. Nu zijn al die scholen gesloten, daar er te veel leraren waren onder de 40 jaar en daarom waren ze thuis. Hij is 44 of 45 jaar.

Ik vind 't ook zo erg voor Mevrouw Theodora, zijn moeder van 83 jaar. Die was dol op deze zoon. En dan ook voor zijn broer Willem Karel, die ook al zijn tol méér dan betaald heeft in deze oorlog. Wim Hubregts, die toevallig op zijn werf ergens boven in een kraan zat, zag de bommen vallen. Het blijkt achteraf, dat de kabelfabriek ook nogal wat schade kreeg en dan de acetyleenfabriek, waarvan Joop directeur was. Henk en Joop konden 't samen zo goed vinden, waren beiden commissaris van de gasfabriek. Erg jammer ook voor Henk. De dijk was bovendien getroffen en 't water spoot erlangs. Dus ging Henk om 1 uur naar de waterleiding, om maatregelen te treffen met den directeur, want we zitten hier nu geheel zonder water.

De jongens en ik zijn 20 emmers water gaan halen uit de rivier en Henk reed naar de watertoren. Hij was een kwartier weg, of we horen wéér de Engelsen er aan komen. Meteen begon dat gierende geluid, dat ze maken met duiken en 't afweergeschut daverde weer door de lucht. En daar begon het bommen te regenen wéér achter de kabelfabriek. We konden de watertoren niet meer zien van de rookwolken en waterzuilen. En nu waren 't zware bommen. En Henk moest er juist midden in zitten. Ik stond midden op den dijk en de kogels floten langs me heen, maar 't kon me niets schelen. Ik wilde alleen maar weten, of de watertoren er nog zou staan, als alle rook opgetrokken was.
Een arbeider bood aan, op informatie uit te gaan op mijn fiets. En wij zijn toen maar water blijven scheppen, want dat moest toch in elk geval gebeuren en 't gaf afleiding. Eindelijk - na een uur, dat een eeuwigheid leek te duren - kwam de man terug. ‘Nou Mevrouw, de voorzienigheid heeft je man gespaard, hoor. Maar zijn hoed is hem afgeschoten, hij heeft gaten in zijn jas en zijn fiets is heelegaar stukgeschoten. En hij heeft een stuk muur op zijn schouder gehad, maar verder is hij nog heel. Hij komt er te voet aan. Hij is nog op de waterleiding geweest ook en daar hebben ze hem gewassen, want hij zat hardstikke onder de bagger.’



Toen ik op de fiets Henk tegemoet. En 't was, zoals de man gezegd had. Henk had er midden in gezeten. Zijn fiets is finaal stuk. Alleen de banden zijn nog heel. Zijn hoed was weg. Zijn jas stuk en vuil. Gelukkig kwam Terpstra er toevallig aan en heeft hem meteen onderzocht. Zijn schouder is alleen gekneusd met rode striemen erop, maar verder mankeert hij niets.

Bij 't 2e bombardement is zowel de zuurstof- als de acyteleenfabriek volkomen vernietigd. Daarom zijn ze dus teruggekomen, omdat 't 1e bombardement niet goed raak was. Er zijn 8 gaten in de dijk en de waterleidingsbuizen zijn ernstig geraakt, zodat we voorlopig zonder leidingwater zullen zitten. Henk zegt, dat beide fabrieken belangrijk waren voor de oorlogsindustrie der moffen. Dus dit was een ‘goed’ bombardement, al betreuren we 't leven van Joop zeer. Bij 't 2e bombardement werd een vrouw gedood. Verder alleen wat gewonden en enkele moffen dood.

Nu, we hebben onze emoties weer gehad voor vandaag.......' Tot zover de dagboekfragmenten van deze Alblasserdamse Ingenieursvrouw.

Hartelijk dank aan de makers van de originele afbeeldingen.
Bron kopfoto: Stil uit een video over Alblasserdam in Oorlogstijd.
Bron tekst: T.M. Sjenitzer-van Leening, Dagboekfragmenten 1940-1945. Veen, Utrecht / Antwerpen (1985)

 

Column 61 van uw Columnist.

Deel dit bericht met je vrienden!

Hennie van der Zouw

Hennie van der Zouw

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste twintig jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over wielrennen, voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie 's interesse in sport. 

Er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen en nu is hij druk bezig met een tweedelige biografie over zijn vader..

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

 

Overzicht columns